De mens in de zorg

Al tijdens haar studie aan de Wageningse Universiteit, in de jaren tachtig, specialiseerde Gonny ten Haaft zich in de gezondheidszorg. Zij was ervan overtuigd dat het mogelijk moest zijn om de zorg voor zieke, kwetsbare mensen te verbeteren. Later, in haar werk als onderzoeker en journalist, is deze overtuiging alleen maar verder gegroeid. Om de zorg 'van binnenuit' mee te maken, werkte zij maanden in verzorgings- en verpleeghuizen.
Vooral als journalist ging Ten Haaft op zoek naar de menselijke, ethische kanten van de zorg. Zij maakte vele menselijke interviews, bijvoorbeeld met een 16-jarig meisje dat moest beslissen over een test op erfelijke borstkanker en een vrouw met hiv die besloot een kind te baren. Bijzonder was haar verblijf in een hospice in Engeland, waarover zij in Trouw publiceerde. Voor dezelfde krant volgde zij ook de geruchtmakende rechtszaak tegen twee Haagse verplegers, die ervan werden verdacht een groot aantal bewoners van een serviceflat te hebben bestolen en vermoord. De achtergronden hiervan beschreef zij in het boek Als heer en meester. Ook in Dokter is ziek staat Ten Haaft uitvoerig stil bij de positie van zieke mensen. Wat heeft iemand die zich rot en beroerd voelt eigenlijk nodig? Wat zijn zijn werkelijke behoeften en komt de hedendaagse zorg daaraan tegemoet?
Wrang genoeg wellicht, werd Gonny ten Haaft in 2016 zelf ernstig ziek. Zij kreeg een ernstige depressie en erge, chronische pijn. Twee therapeuten op het gebied van Somatische Onverklaarbare Lichamelijke Klachten (SOLK) leerden haar veel over de interactie tussen lichaam en geest. Met deze even bijzondere als belangrijke kennis wil Gonny nu meer gaan doen. Een opiniestuk in Trouw, 'Een hand op de schouder doet wonderen', vormt hier een mooie aanzet toe (4 april 2020).